 |
Gezien de "grensbaden" en zwembaden op campings en in recratieparken veel bezoekers uit België en Duitsland trekken is het voor de zwembadmedewerkers handig te weten welke diploma-eisen deze nabuurlanden stellen.
U kunt dan zelf de overeenkomsten en verschillen met onze ABC-diploma-eisen zien
Zo kunt u besluiten of u bepaalde bezoekers met een certificaat / brevet of diploma toelaat tot het diepe bassin.
Zwembrevetten België
Zwembrevet 1 eendje:
- Hoofd onder water houden
totale onderdompeling van het hoofd
- Ogen onder water openen
Wanneer het kind zijn hoofd onder water heeft, plaatst de leraar zijn hand voor het gelaar van het kind (max. 20 cm afstand) en toont het aantal vingers die het onder water moet kunnen zien.
- Drijfvermogen voelen:
met handsteun op de bodem van het klein bad. of op de trap van het zwembad, schouders onder water. Het hoofd helemaal onder water houden, dan langzaam de armen zijwaarts opheffen en enkele seconden blijven drijven.
- Vijf maal na elkaar onder water blazen:
ofwel handen vast aan de goot van het bad, of op de bodem steunend, diep door de mond inademen, dan nieuwe onderdompeling en langs de mond uitademen, zo vijf maal in- en uitademenen in een traag, ononderbroken ritme.
- Van de boord springen:
staande op de boord van het bad (waterdiepte 60 tot 80 cm) in het water springen, de leraar is ofwel in het water en neemt de hand van het kind of is op de boord en laat het kind de stok vastgrijpen.
Zwembrevet 2 pinguïn:
- Buikwaarts drijven:
vertrek van de muur met voetsteun, armen boven het hoofd, een lange buikwaartse pijl uitvoeren aangezicht in het water.
- Rugwaarts vlotten:
rugwaartse houding met steun van de handen op de bodem, in kleine diepte, handen opheffen en de armen langs het lichaam plaatsen, het rugwaartse drijfvermogen voelen.
- Drie kleine voorwerpen opvissen:
drie kleine voorwerpen in een cirkel van maximum 1 meter en maximum 80 cm diepte laten zinken, het kind moet die opvissen in één onderdompeling.
- Duiken van de boord:
zittend op de boort van het bad; duiken in minimum 80 cm waterdiepte. De duik moet door een pijl gevolgd worden.
- Slalom met hindernissenparcours:
Men verplaatst zich op handen en voeten door het kniediepe water, ondertussen met de mond bellen blazen, aansluitend slalomt men tussen een voorbereid hindernisparcours, d.w.z.:
a. Met het hoofd een bal verder wegduwen.
b. Blaas een pingpongballetje verder van u weg.
c. Steunend met handen op de bodem, gelijktijdig met de benen crawl slaan naar de volgende hindernis.
d. Achterwaarts gaan en gelijktijdig het water voorwaarts wegduwen door met de 2 handen tegen elkaar te slaan (hoe harder men het water wegduwt, hoe groter wordt de stuwing in het water.
Zwembrevet 3 dolfijn:
- Benen schoolslag / crawl:
naar keuze met de handen op een plankje 15 meter schoolslag of crawl benen uitvoeren
- Dolfijnspringen:
Als een dolfijn over iemands rug of gestrekte arm in het water glijden en vervolgens door iemands benen door zwemmen, terug naar boven springen met afduw van de bodem en terug in het water verdwijnen (handen eerst).
- Behendigheidsproef:
zittend op de boort van het bad, alleen, per twee, per drie of met de hele groep, zich zijwaarts in het water laten vallen. Eenmaal in het water, 10 tellen blijven dobberen met de voeten los van de grond.
- Springen van het startblok:
vanuit rechtstaande houding zo hoog mogelijk gestrekt wegspringen en gelijktijdig tweemaal boven het hoofd in de handen klappen.
- 25 meter zwemmen schoolslag of crawl:
(keuze van de eerst aangeleerde zwemslag)
één van de twee zwemslagen uitvoeren over een lengte van 25 meter zonder te steunen op de bodem, en met start naar goeddunken (springen of duiken).
Elementair brevet van zwemmen:
- Dit brevet wordt toegekend aan iedere kandidaat die een afstand van 50 meter netjes heeft gezwommen zonder te steunen op de bodem of de stok vast te grijpen en dit in één stijl, ofwel in schoolslag, in crawl, in rugslag of in vlinderslag. Daarbij wordt gestart met het hoofd voorover van op de boord of het startblok (duiken).
Voorbereidend zwembrevet :
- Dit brevet wordt toegekend aan iedere kandidaat die slaagt voor de volgende proeven:
- Met het lichaam verticaal gedurende 1 minuut het hoofd boven het wateroppervlak houden, de handen uit het water. Beenslagen zijn toegelaten.
- Netjes en zonder oponthoud een afstand 100 meter zwemmen in één stijl, ofwel in schoolslag, in crawl, in rugslag of in vlinderslag.
Daarbij wordt gestart met het hoofd voorover vanop de boord of het startblok (duiken). Er is geen tijdslimiet.
- 25 meter gekleed zwemmen, start met het hoofd voorover vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder tijdslimiet.
Brevet van zwemmer :
- Dit brevet wordt toegekend aan iedere kandidaat diue de volgende proeven met succes heeft afgelegd:
Zonder stil te houden of de grond aan te raken en zonder begrenzing van tijd, een afstand van 150 meter zwemmen, in de drie volgende opgelegde zwemstijlen en de opgegeven volgorde: 50 meter rugslag, 50 meter schoolslag en 50 meter crawl. De start - met hoofd voorover van op de boord of het startblok (duiken) - en de verschillende zwemstijlen moeten correct uitgevoerd worden.
Brevet van 200 m.:
- Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 200 m. zwemmen in één correcte zwemstijl (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie / KBZB.
Brevet van 400 m. :
- Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 800 m. zwemmen in één correcte zwemstijl (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie / KBZB.
Brevet van 800 m. :
- Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 800 m. zwemmen in één correcte zwemstijl (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie / KBZB.
Brevet van 1000 m.:
- Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 1000 m. zwemmen in één correcte zwemstijl (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie / KBZB.
Brevet van 1500 m.
- Met startsprong vanop de boord of het startblok (duiken) en zonder onderbreking een afstand van 200 m. zwemmen in één correcte zwemstijl (onderweg niet veranderen van zwemstijl). Daarbij moeten de keerpunten uitgevoerd worden zoals beschreven in de officiële Zwemreglementen van de Vlaamse Zwemfederatie / KBZB.
Brevet van lange afstand:
- Iedere afstand gezwommen boven de 2000 m. zal gelijkwaardig verklaard mogen worden met een brevet van lange afstand. De jury vermeldt de gezwommen afstand op het brevet. Het is toegelaten (maar niet verplicht) om onderweg onbeperkt van zwemstijl te veranderen.
Zwemdiploma's Duitsland
Seepferdchen (Zeepaardje):
- Vanaf de bassinrand springen en 25 meter zwemmen
- Een voorwerp met de handen van de bodem halen in schouderdiep water
Seehund Trixi (zeehond Trixi):
- 25 meter op de buik zwemmen
- 25 meter op de rug of een crawl zwemmen
- 25 meter waterpolocrawl
- Voorwaarts duiken vanaf de kant
- 7 meten onder water zwemmen
- Koprol voorover of achterover maken om de breedte of lengte as
Deutscher Jugendschwimmpass (bis 18 jahre) (zwempas tot 18 jaar):
Brons:
- Vanaf de bassinrand in het water springen en minstens 200 meter zwemmen in maximaal 15 min.
- Vanaf het wateroppervlak een steekduik naar de bodem maken en vanaf 2 meter diepte een voorwerp mee omhoog nemen
- Een sprong vanaf 1 meter hoogte of een startsprong
- Kennis van de zwemregels
Deutscher Jugendschwimmpass (bis 18 Jahre) (zwempas tot 18 jaar):
Zilver:
- Met startsprong te water gaan, minstens 400 meter zwemmen in maximaal 25 min., waarvan 3 00 meter op de buik en 1 00 meter op de rug
- Twee keer vanaf het wateroppervlak een steekduik naar de bodem maken en vanaf 2 meter diepte een voorwerp mee omhoog nemen
- Een sprong vanaf 3 meter hoogte maken
- 10 meter onder water zwemmen
- Kennis van de zwemregels en zelfredding
Deutscher Jugendschwimmpass (bis 18 Jahre) (zwempas tot 18 jaar)
Goud (vanaf 9 jaar):
- 600 meter zwemmen in maximaal 24 min.
- 50 meter op de buik zwemmen in maximaal 1.10 min.
- 25 meter crawl- zwemmen
- 50 meter enkelvoudige rugslag zwemmen of 50 meter rugcrawl
- 15 meter onder water zwemmen
- Vanaf het wateroppervlak een steekduik naar de bodem maken en vanaf 2 meter diepte 3 kleine duikringen mee omhoog nemen binnen 3 minuten in maximaal 3 pogingen
- Een sprong vanaf 3 meter hoogte maken
- 50 meter transport zwemmen
- Kennis van de badregels
- Hulp bieden bij bad ongevallen
Deutscher Schwimmpass (ab 18 Jahre) (zwempas vanaf 18 jaar)
Brons:
- Vanaf de bassinrand in het water springen en 200 meter zwemmen in maximaal 7.00 min.
- Kennis van de badregels
Deutscher Schwimmpass (ab 18 Jahre) (zwempas vanaf 18 jaar)
Zilver:
- Vanaf de bassinrand in het water springen en 400 meter zwemmen in maximaal
12.00 min.
- Twee keer vanaf het wateroppervlak een steekduik naar de bodem maken en vanaf 2 meter diepte een voorwerp mee omhoog nemen
- 10 meter onder water zwemmen
- sprongen maken vanaf de bassinrand, 1 sprong voetwaarts, 1 sprong hoofdwaarts
- Kennis van de badregels en zelfredding
Deutscher Schwimmpass (ab 18 Jahre) (zwempas vanaf 18 jaar)
Goud:
- 1000 meter zwemmen in maximaal 24.00 min. voor de mannen en 29.00 min. voor de vrouwen
- 100 meter zwemmen in maximaal 1.50 min. voor de mannen en 2.00 min. voor de vrouwen
- 100 meter rugzwemmen, waarvan 50 meter enkelvoudige rugslag en 15 meter onder water zwemmen
- Vanaf het wateroppervlak een steekduik naar de bodem maken en vanaf 2 meter diepte 3 kleine duikringen mee omhoog nemen binnen 3 minuten met maximaal 3 pogingen
- Sprong vanaf 3 meter hoogte of 2 sprongen vanaf 1 meter hoogte, waarvan 1 hoofdwaarts en 1 voetwaarts
- 50 meter transportzwemmen
- Kennis van de badregelsHulp bieden bij bad ongevallen
Deutscher Leistungs Schwimmpass:
"Hai":
- 50 meter op de buik zwemmen onder 1.00 min.
- 50 meter crawl zwemmen onder 0.50 min.
- 50 meter rugcrawl zwemmen onder 1.00 min.
- Duiken vanaf 3 meter hoogte of salto voorover vanaf 1 meter
- 25 meter waterpolocrawl
Deutscher Leistungs Schwimmpass:
Zilver:
- 100 meter op de buik zwemmen onder 1.55 min.
- 100 meter crawl zwemmen onder 1.40 min.
- 100 meter rugcrawl zwemmen onder 1.50 min.
- 100 meter wisselslag zwemmen zonder tijdslimiet
- 400 meter vrije slag zwemmen onder 1 0. 00 min.
- Duiken vanaf 3 meter hoogte
- Salto voorover vanaf 1 meter hoogte
- 25 meter waterpolocrawl onder 0.25 min.
Deutscher Leistungs Schwimmpass:
Goud:
- 100 meter op de buik zwemmen onder 1.35 min.(mannen) en 1.45 min. (vrouwen)
- 100 meter crawl zwemmen onder 1.20 min.(mannen) en 1.30 min. (vrouwen)
- 100 meter rugcrawl zwemmen onder 1.3 5 min.(mannen) en 1.45 min. (vrouwen)
- 50 meter vlinderslag zwemmen onder 0.40 min.(mannen) en 0.45 min. (vrouwen)
- 400 meter crawl zwemmen onder 7.00 min(mannen) en 8.00 min. (vrouwen)
- Duiken vanaf 3 meter hoogte
- Salto vanaf 1 meter hoogte
- 50 meter waterpolocrawl onder 1.00 min.
Verdere informatie en / of eventuele wijzigingen:
|