| 1. Algemeen.
Hoe jonger de lesgevers aan ouderen zijn, hoe meer ze zich moeten realiseren welke aandachtspunten invloed hebben op het werken met ouderen.
Dat wil niet zeggen dat we moeten streven naar "ouderen voor ouderen", maar wel naar kennis van zaken.
Het progressief proces van ongunstige veranderingen, uitgedrukt in onderstaande aandachtspunten, zijn vanzelfsprekende ouderdomsverschijnselen van het lichaam die zeer zeker van invloed zijn op het gedrag van de oudere mens.Het zijn gebreken bij het ouder worden, maar geen ziektes.
Al deze veranderingen houden niet in dat men ongezond is. Iedereen krijgt op een bepaalde leeftijd hiermee te maken. Het is uiteindelijk ieders toekomst.
2. Ter Overdenking.
In de zwemwereld zijn verschillende signalen op te vangen, die op grond van veranderingen in de samenleving verwijzen naar noodzakelijke veranderingen in het zwemonderwijs.
Een belangrijke verandering voor de zwembaden is dat het aantal ouderen toeneemt. De bevolkingssamenstelling is aan het 'verzilveren' en aan het 'ontgroenen'. Daar zal het zwemonderwijs op in moeten spelen.
De belangrijke groep klanten van baden in de leeftijd van 10 tot 30 jaar zal in het jaar 2002 met ± 1.000.000 personen verminderd zijn en het aantal 50-plussers met ± 4 miljoen zijn toegenomen.
De gemiddelde levensverwachting in Nederland voor jongens die nu worden geboren is 74,3 jaar en voor meisjes 80,3 jaar. Gemiddeld dus 77 jaar oud.
Verwacht wordt dat door optimale voeding, lichaamsbeweging en aanpassing van de levensstijl de levensverwachting van kinderen die in het jaar 2000 worden geboren gemiddeld rond de 85 jaar ligt.
Volgens het WWR-rapport "Ouderen voor Ouderen" zullen in het jaar 2010:
- Tegenover 100 personen in de leeftijd van 15 - 65 jaar, 22 personen staan die ouder zijn dan 65 jaar;
- Op dit moment is de verhouding 100 - 18;
- In de jaren 2010 - 2040 zal deze verhouding zich snel in ongunstige zin veranderen tot 100 - 42.
De groep ouderen neemt dus in onze samenleving, in de komende decennia, zowel in aantal als in gemiddelde leeftijd toe (= dubbele vergrijzing). Om op latere leeftijd toch een goede gezondheid en goede conditie te houden is juist zwemmen en waterrecreatie heel geschikt. Maar om honderd jaar te worden in blakende gezondheid en bij volle verstand is meestal een utopie.
Mensen verouderen heel verschillend. Het hart kan op 70-jarige leeftijd de capaciteit van een 20-jarige hebben of andersom. Organen gaan bij het ouder worden minder goed functioneren, maar dat hoeft geen belemmering te zijn om te gaan zwemmen.
Zo vermindert de maximum capaciteit van de longen met 40% tussen de 20 en 80 jaar, neemt de maximale hartslag af met 25 %, verdikken de bloedvaten en stijgt de bloeddruk ook met zo'n 25 %.
Ook gehoor en het scherp zien worden minder. Het vermogen om hoge tonen te horen vermindert al voor het 30ste jaar, terwijl lage tonen vanaf 65 jaar langzaam maar zeker niet meer te horen zijn. Problemen met het lezen beginnen vaak al na het 40ste jaar. Vanaf 50 jaar neemt de kans op staar toe.
De glucose (koolhydraat) stofwisseling laat het met het klimmen der jaren langzaam maar zeker afweten. Evenals de spiermassa: die gaat elke 10 jaar zo'n 5 á 10% achteruit. De kracht van de handdruk is op een leeftijd van 70 jaar met bijna de helft verminderd. Het verlies van bot wint het van de aanmaak van bot al rond het 35ste levensjaar.
Het is een grote vergissing te denken dat ouderen door het achteruitgaan van hun lichamelijke en geestelijke vermogens niet meer zouden kunnen leren zwemmen. Dat is absoluut niet waar!
Een ander hardnekkig misverstand is dat veel ouderen zelf van mening zijn dat ze te oud zijn om te leren zwemmen. Zwemmen zouden we zelfs voor ouderen gezond kunnen noemen, omdat het leuk is, vreugde verschaft en wellicht de monotonie van het dagelijks leven tijdelijk doorbreekt of zelfs opheft.
Daarnaast kan het gezondheid bevorderen, zwemmen leidt wellicht tot:
- hogere zuurstof opname capaciteit,
- grotere lichamelijke fitheid/vitaliteit,
- langere instandhouding van de zelfredzaamheid thuis en in het dagelijks leven waardoor de kwaliteit van het leven bevorderd wordt.
Zwemmen kan tot op hoge leeftijd beoefend en/of aangeleerd worden. Het is trainbaar, alleen minder.
Kortom:
- Een zwembadmanager die met zijn tijd meegaat, weet dat 60-plussers (vroeger bejaarden, ouderen, supersenioren, vergrijsden, oude van dagen, verzilverden genoemd) een belangrijk deel van zijn doelgroep vormen.
Een doelgroep met veel vrije tijd en gemiddeld een ruim bestedingsbudget.
Het overgrote deel leest een regionale krant, dat is dus een perfect medium om in te adverteren over uw zwemactiviteiten voor deze doelgroep, 58% gaat minstens een keer per jaar op langere vakanties naar waterrijke gebieden.
Speel hierop in!
3. Extra aandachtspunten voor het onderwijzen en corrigeren van bewegingen in water aan ouderen.
Voor het onderwijzen van zwemtechnieken aan jeugdigen zijn de oefenstof en de correcties aangepast aan de algemene kenmerken van de verschillende ontwikkelingsfasen.
De ervaring leert dat het eigen maken van nieuwe technieken toch individueel zeer verschillend verloopt. In de praktijk wordt geprobeerd deze verschillen op te vangen.
Voor het onderwijzen van zwemtechnieken aan senioren wordt uiteraard ook rekening gehouden met individuele verschillen. Maar voor het leren en corrigeren van zwemtechnieken aan ouderen gelden nog extra aandachtspunten.
1. Bij het ouder worden loopt de kwaliteit van een aantal belangrijke lichaamsfuncties geleidelijk terug.

- Daardoor kost het meer moeite om op oudere leeftijd nieuwe vaardigheden aan te leren. Blijf motiveren anders wordt er vroegtijdig gestopt.
- Deze leertijd op deze leeftijd mag nooit onder tijdsdruk staan.
- Om ouderen een veilig gevoel te geven is een keuring aan te bevelen voor het beginnen met zwemmen, alhoewel een keuring nooit uitsluit dat er iets gebeuren kan.
- De kleinste inspanning te water bewerkt meer lichaamsfuncties dan in de zaal.
- Kortom de "oude dag" gaat gepaard met een aanzienlijke vertraging van het levenstempo wat jongeren aan de kassa wel eens kan doen verlangen naar de instelling van aparte seniorenloketten.
- Ons lijf voert met het leven een slijtageslag en dit is niet te stoppen.
2. Ouderen drijven gemakkelijker omdat de samenstelling van botten, spieren en vet is veranderd. Het soortelijk gewicht (= s.g.) is lager geworden.
- S.q. is lager door onder andere osteoporose, ouderdomslongemphyseen, spieratrofie en vettoename.
- Het gebruik van drijfmiddelen is meestal niet nodig.
- Het verticaal watertrappen vraagt hierdoor nauwelijks beenactiviteit.
- In rugligging drijven ouderen zuiver horizontaal en in borstligging zakken de benen nauwelijks.
- Er moet dus wel extra aandacht besteed worden aan het overeind komen uit horizontale ligging. Laat dit extra oefenen om paniekreacties te voorkomen (zie het Document Angst ).
- Vanaf 30 tot 35 jaar neemt het vetgehalte jaarlijks 0.2 tot 0.8 kilogram toe.
| Leeftijd |
Percentage vetgehalte |
| Mannen |
Vrouwen |
| 10 jr |
16,8% |
22 % |
| 15 jr |
14,5% |
20,2% |
| 20 jr |
13,3% |
19,5% |
| 25 jr |
13,5% |
20,0% |
| 30 jr |
14,8% |
21,8% |
| 40 jr |
17,5% |
25,3% |
| 45 jr |
18,0% |
26,2% |
| 50 jr |
18,0% |
26,6% |
Toename van het vetgehalte met de leeftijd.
- In het begin hebben veel ouderen de neiging om bij elke stap in borstdiep water omhoog te komen. Laat dan met 'handverbinding' werken om balansstoring te voorkomen.
- Ouderen kunnen langer uitdrijven tussen twee slagen.
- Ouderen tillen makkelijker het hoofd uit het water zonder dat het lichaam zakt.
- Ouderen zijn in staat langzaam vooruit te komen, soms zelfs met een gebrekkige stuwkracht.
3. Het vermogen om gecombineerde bewegingen te maken neemt bij ouderen af. Ze verliezen het vermogen twee of meer dingen tegelijk te doen.
- Men kan zich maar op een ding goed concentreren.
- Bij het gaan staan vanuit rugligging, ook een combinatie van bewegingen, zal dus in het begin moeizaam verlopen. Alleen veel herhalen in een rustig tempo geeft leerresultaat.
- Geef slechts een correctie of opdracht tegelijk.
- Bij concentratie op één oefening wordt vaak het regelmatig doorademen vergeten en gaat men persen met alle risico's van dien.
- Gevolgen van het verdwijnen van de combinatiemotoriek zijn bijvoorbeeld:
- Minder controle en/of slechte coördinatie zeker niet in de laatste plaats onzekerheid
- Dat ouderen bij het leren van de schoolslag met de beenslag geen raad weten, te meer omdat ze iets moeten doen wat niet te zien is
- Dat het combineren van verschillende activiteiten, zoals lopen en praten, of zwemmen en achteromkijken moeizaam uitgevoerd worden (vergelijk hard geluidsvolume bij combinatie horen en zien bij een t.v.-uitzending.
4. Ouderen benutten slechts een deel van de longen, daar de borstkas starder en de buikspierkracht kleiner is.
- Ouderen ademen niet alles uit, dus hebben zij een groter luchtresidu. Normaal 1 1/4 l. wordt soms 2 1/2 l..
- Sommige ouderen zullen door inspanning, onzekerheid of extra waterdruk snel, kort en oppervlakkig gaan ademhalen. Hierdoor zullen zij het steeds benauwder gaan krijgen, daar steeds een deel van de uitgeademde lucht weer ingeademd wordt (teveel C02). Remedie: diep uitademen.
- Let op dat deelnemers doorademen tijdens het oefenen. Laat af en toe diep zuchten tijdens het oefenen.
- Extra lang onder water blijven moet voorkomen worden.
- Watergewennings oefeningen met materialen, bijvoorbeeld bal of plank, geven het beste resultaat als ze in het tempo van de ademhaling worden uitgevoerd.
- Juist voor ouderen die een deel van de elasticiteit van hun longen, dat wil zeggen veerkracht van de longblaasjes, verloren hebben is bewegen in water van groot belang (= ouderdomsemphyseem).
- Geef regelmatig korte rustmomenten om op adem te komen en geef tijdens die pauzes uitleg, voorbeeld of achtergrond van de volgende oefening.
- Voorkom adem inhouden. Het bloed stroomt niet goed terug naar het hart als de adem wordt ingehouden of als er geperst wordt en kan kramp veroorzaken.
5. De bewegingsmogelijkheid van de (heup-)gewrichten neemt af door slijtage van het kraakbeen en ook de smering van de gewrichten wordt minder. De bewegingen worden verder beperkt door verhardende bindweefsel banden.
- Ouderen bewegen langzamer, moeizamer en strammer omdat de gewrichten stijver worden. Dit uit zich in onzeker lopen.
- Het spreiden van de benen bij de schoolslag is beperkt en het krachtig sluiten is uitgesloten omdat ook de spierkracht afneemt en de elasticiteit van de spieren vermindert.
- Verminderde wendbaarheid van romp en hoofd omdat de beweeglijkheid van de wervelkolom minder wordt.
- Door degeneratie van het gewrichtskraakbeen, ontstaan door gewrichtsvervorming, vaak houdingsafwijkingen waar bij het lesgeven rekening mee moet worden gehouden.
- Let op! Door de automatische spierontspanning kunnen ouderen oefeningen uitvoeren die op het droge niet of nauwelijks mogelijk zijn. De beweeglijkheid in de gewrichten is na verblijf van ± 15 minuten in het water vergroot. Zie Zie hiervoor ook "Automatische spierontspanningstest" .
- Doet een oefening pijn dan is deze:
- Ongeschikt voor de uitvoerder
- Verkeerd uitgevoerd
- Te snel opgebouwd
- Houdt er rekening mee dat het pijngevoel in het water lager is dan op het droge. Vanaf 60 jaar is men ook nog minder gevoelig voor pijn, zodat zonder klachten een grotere dosis pijn kan worden verdragen.
6. Snelle houdingsveranderingen kunnen duizeligheid veroorzaken door vertraging van de reflexen die de bloeddruk reguleren.
- Ouderen langzaam van horizontale zwemligging tot stand en omgekeerd laten komen.
7. Het gehoor- en gezichtsvermogen neemt af bij ouderen.
- Laat met het hoofd boven water oefenen; een lesgever is in een zwemzaal toch al moeilijk te verstaan, omdat de gehoorgang vaak, gedeeltelijk is gevuld met water.
- Bij onderdompeling van oren en ogen kunnen evenwichts- en coördinatieproblemen ontstaan.
- Bij de uitleg (horen) zorgen dat de deelnemers de lesgever aankijken (zien).
- Brildragers, in het water vaak zonder hun bril, verstaan de lesgever minder omdat het onbewuste 'liplezen' vervalt.
- Omdat bij ouderen het gehoor afneemt spreken ze zelf vaak erg luid.
- Spreek als lesgever niet te snel en articuleer goed.
- Vaak is er aan één kant minder gehoor. Laat de goede kant naar de lesgever toedraaien en zet slechte hoorders vooraan.
- Deelnemer die slecht ziet achter goede deelnemer zetten die dan als voorbeeld dient.
- Bij baloefeningen niet werken met te kleine ballen, daar deze vaak voor ouderen onvoldoende waarneembaar zijn.
8. De prikkelgeleiding in de zenuwvezels neemt in de loop der jaren af, waardoor de bewegingscoördinatie en het evenwichtsgevoel afnemen. Het reactievermogen vermindert.
- De prikkelbaarheid van de spieren en de spierkracht neemt af, zodat bewegingen minder explosief worden uitgevoerd.
- Door afname van het reactievermogen is bijvoorbeeld bij het vrij naar elkaar toewerpen van een bal of bij het zuiver toewerpen en vangen voorzichtigheid geboden. De reactie is gebrekkig als een bal onverwacht op het hoofd afkomt, omdat de nekactiviteiten niet meer zo soepel verlopen.
- Het spelen van een balspel heeft weinig zin. Daarentegen hebben speelse vormen met bal wel zin. Ook hierbij worden gecombineerde bewegingen (= gelijktijdig uitvoeren van twee of meer bewegingen) vaak minder goed en vlot uitgevoerd. (zie 3)
- Ouderen zullen sneller hun evenwicht verliezen en uitglijden op gladde perron- of bodemtegels.
- Verwacht geen snelle vorderingen.
- Opdrachten mogen nooit onder tijdsdruk staan.
9. Ouderen werken geconcentreerd, maar zijn vlug afgeleid oftewel storinggevoeliger.
- In zwemzaal geen muziek, geen publiek of schoonmaakactiviteiten e.d. tijdens de lessen.
- Werk met kleine groepen zodat de deelnemers elkaar niet storen.
10. Ouderen hebben veel herhaling nodig om een beweging te leren.
- Motorisch leren is alleen mogelijk door veelvuldig oefenen en herhalen van bewegingspatronen.
- Biedt veel variatie met behoud van het technisch grondpatroon aan zodat eenzelfde activiteit ruim voldoende geoefend wordt.
- Herhalen van reeds gedane en bekende bewegingsvormen vinden ouderen, in tegenstelling tot jongeren, niet zo erg. Men voelt zich op bekend terrein en is zekerder.
- Ouderen willen de techniek zo precies mogelijk uitvoeren en veel leren, daarom is de bereidheid tot herhalen aanwezig.
- Nieuwe vaardigheden worden moeilijker aangeleerd.
· Geef tijd in plaats van aantal herhalingen op. Laat altijd in eigen tempo herhalen.
- Door herhalen wordt een handeling geautomatiseerd en wordt de kans om nieuwe te leren groter.
11. De beginsituatie is bij ouderen complexer dan bij jeugdigen. Van invloed kunnen zijn: gezondheidstoestand, medicijngebruik, ervaring in bewegen of sport, kwaliteit van horen en zien, uithoudingsvermogen, e.d..
- Het is van belang dat de lesgever de groep goed leert kennen, dus laat de lessen zoveel mogelijk door dezeIfde persoon geven.
- Het verdient aanbeveling dat gebruikers van zware medicijnen of lijders aan toevallen dit aan de lesgever kenbaar maken.
- Moet halverwege de les gestopt worden door duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid of spierkramp, dan kan dit ook te maken hebben met te weinig conditie of met verkeerd eten voor de les.
12. Ouderen hebben weinig vertrouwen in eigen prestatievermogen.
- Snel faalangst, dus steeds bemoedigen.
- Velen die zwemmen hebben geleerd voelen zich veilig in eigen bad, maar zijn zonder vertrouwen onder omstandigheden die hiervan afwijken.
- Geef veel persoonlijke aandacht.
- Speel in op verschillen, differentieer. Maak nivo-groepen, laat in eigen tempo oefenen of doceer individueel: de één 2 x en de ander 4 x op en neer in de breedte. Let erop dat ze niet een ander proberen bij te houden.
13. De motorische activiteiten moeten aangepast zijn aan de motorische vaardigheid en beperkingen van de afzonderlijke oudere deelnemer.
- Verschil in techniekuitvoering eerder accepteren.
- Groepsgrootte beperkt houden om individueel aanwijzingen te kunnen geven bij het leren zwemmen. (minimaal 10 en maximaal 20 deelnemers).
- Een goede technische uitvoering van de slag is niet van belang. Een optimale aan de persoon gebonden zwemuitvoering moet het doel zijn, waarbij uiteraard het plezier (ont-ple-gezon-tatie) in het bewegen voorop moet staan. Alle andere voordelen zijn mooi meegenomen.
14. Bij duiken wordt de bloeddruk hoger, zodat bij nauwe, starre of verkalkte bloedvaten de hart- en kransslagader extra worden belast.
- Laat niet bodemduiken.
- Onder water zwemmen niet propageren.
- Springen van de kant of plank voorkomen, geleidelijk te water laten gaan (vaatvernauwing geleidelijker.)
15. Ouderen zijn vaker geneigd de schooislag half op de zij (± 45°) te zwemmen (= zeemansslag).
- Het hoofd hoeft niet opgehouden te worden zoals bij borstligging. De ademhaling is gemakkelijker en er is minder kans op verslikken.
- Het bovenste been maakt door de schuine ligging een andere beweging dan bij de schoolslag.
- Zie Tv-beelden van het Jeugdjoumaal van oktober 1994:
103-jarige Australische vrouw 'zwemt' wereldrecord 50-meter schoolslag half op de zij in 5 minuten en 55 seconden.
16. Door het ontbreken van de zwaartekracht hebben ouderen in het water vaak geen idee van de stand van de lichaamsdelen ten opzichte van elkaar.
- Ze zijn daardoor onzekerder of angstiger als gevolg van een veranderde ruimtelijke oriëntatie.
- De deelnemers voelen niet of de benen volledig gestrekt of voor de helft gebogen zijn.
- Houdt dus rekening met een minder goede voorstelling van het bewegingsverloop van beenslag of combinatie. Geef veel voorbeelden:
- Op het juiste moment.
Voorbeelden van schoolslag en enkelvoudige rugslag altijd horizontaal en technisch perfect voordoen.
- Niet te snel, anders is de 'vreemde' beweging niet te volgen
- Liefst ook in het water.
- Goed zichtbaar voor alle deelnemers (plaatje + praatje).
- Zoveel mogelijk spiegelbeeldig.
17. Het algemeen prestatievermogen daalt met een derde.
- Als het niet lukt is de neiging tot afhaken groot.
- Een gezonde vermoeidheid is niet erg, maar vermijd uitputting.
- Beter is 2 a 3 maal per week 20 minuten te zwemmen dan éénmaal 60 minuten.
- Ouderen mogen een polsslag van ± 170 tot: ± 180 slagen per minuut bereiken.
- Sommige lesgevers zijn te actief, willen teveel en roepen daardoor spanningen op.
18. Behandel ouderen zoals u als oudere behandeld zou willen worden.
- Bij voorkeur zonder betutteling en zonder overdreven vriendelijkheid.
- Praat gewoon en niet kinderlijk of neerbuigend.
- Gebruik niet constant verkleinwoordjes.
19. Bij ouder worden loopt de hoeveelheid spiermassa terug.
- Dit houdt in dat de kracht en de spanning van de spieren vermindert.
- De spiermassa gaat elke 10 jaar zo'n 5 a 10 % achteruit. Gemiddeld beschikt een 70-jarige over 60% van de spiermassa van een 20 jarige.
- Spieratrofie treedt door inactiviteit vooral in de benen op. Krachtig sluiten van de schoolbeenslag is dus uitgesloten.
20. Fysiologische processen als ademhaling, bloeddruk, slaap, stofwisseling en temperatuur hebben bij ouderen een duidelijk vast ritme, welke afhankelijk is van het tijdstip van de dag, de zogenaamde "biologische klok".
- Van de invloed van de biologische klok op het hart is bekend dat er een:
- Jaarpiek is: hartaanvallen hebben een afgetekend jaarpiek in januari en februari, ongeacht het klimaat.
- Weekpiek is: op maandag is de kans op een hartaanval bijna 2x zo groot dan op andere dagen. Dit patroon laat zich niet afdoende verklaren door een relatie met een werkweek, want ook in bejaardentehuizen is er die maandagpiek.
- Dagpiek is: de kans op een hartaanval is tussen 8 en 10 uur 's-morgens 2 x zo groot als in de middag of avond. Zo'n half uur voor het opstaan gaat de bloeddruk omhoog en klontert het bloed makkelijker samen. De bloedvaten van het hart passen zich daar met enige vertraging aan, wat kan resulteren in minder bloedtoevoer en eventueel pijn in de borst.
4. Discussiepunten
- Zonder uitzondering kunnen ouderen nog leren zwemmen. 'Men is nooit te oud om te leren'. Hetgeen men van geen enkele andere sportdiscipline kan zeggen.
- Voor het behalen van zwemdiploma's A, B en C zouden aan ouderen andere eisen gesteld kunnen worden.
- Het verdient overweging om het elementair zwemonderwijs aan ouderen te beginnen met het aanleren van de rugslag, vervolgens watertrappen en tenslotte de schoolslag.
- Het langzaam verlopende leerproces bij ouderen staat snelle vorderingen in de weg.
- Een veranderde ruimte oriëntatie is de belangrijkste veroorzaken van angst bij ouderen.
- Hou er rekening mee dat de jongeren van vandaag de ouderen van morgen zijn, dat wil zeggen behandel de ouderen zoals u over een poosje zelf behandeld zou willen worden.
- Ouderen zijn duidelijk geïnteresseerd in het waarom van de oefenstof en daardoor is de beleving van de stof volkomen anders dan bij jeugdigen.
- Het grootste verschil tussen jongeren en ouderen is
de LEEF-tijd.
5. Meer informatie:
- Nationale Raad Zwemdiploma 's, Postbus133, 3940ACDoom, tel.0343-518118. Vragen naar Nieta Sprang. Informatie over: cursussen voor 50-plussers.
Nationale Raad Zwemdiploma's
E-mail: info@nrz.nl
- Werkgroep Bewegingswetenschappen Rijksuniversiteit Groningen, secretariaat, kamer 305, tel. 050-3632719, fax 050-3633150. Bezoekadres: A. Deusinglaan 1 9713 AV Groningen
gebouw 3215, 3e etage. Informatie over: Groninger Fitheidstest voor ouderen.
RU Groningen Instituut voor Bewegingswetenschappen
- Ned. Instituut voor Sport en Gezondheid (NISG), Postbus 90, 6860 AB Oosterbeek, tel. 026-4821984. Informatie over: Sportgezondheid.
- Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen
Papendallaan 50, 6816 VD Arnhem, Postadres Postbus 32, 6800 AA Arnhem. Telefoon: 026 - 4833800.Fax: 026 - 4833890
www.nisb.nl
E-mail: info@nisb.nl
- Koninklijke Nederlandse Zwembond, Postbus 7217, 3430 JE Nieuwegein, tel. 030-6057575. Informatie over: opleiding 'zwemmen voor ouderen'.
|