| |
Wat
is
verminderd horen / slechthorendheid
Tot de categorie verminderd horen / slechthorendheid behoren
kinderen met verminderde waarneming van geluid en slechter
verstaan van spraak.
Verminderd horen betekent::
- Minder
horen
- Anders
horen, namelijk vervormd en verminkt
- Geluiden
krijgen een beperkte betekenis
Invloed
van verminderd horen
Verminderd
horen heeft invloed op:
- De
cognitieve ontwikkeling.
Door moeizaam op gang komen van een spraak- en taalontwikkeling,
als gevolg van het minder of niet horen van stimulerende
geluidsprikkels.
- De
sociale ontwikkeling.
Door moeilijker contact met andere kinderen en de wereld
om hen heen. Kinderen met deze handicap vinden het door
de communicatieproblemen vaak zeer moeilijk om met andere
kinderen in de buurt te spelen. Er is vaak onbegrip van
andere kinderen daar uiterlijk geen gebrek te zien is
aan slechthorende kinderen.
- De
emotionele ontwikkeling.
De persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen met verminderd
genoor verloopt moeizamer, met als gevolg gevoelens van
onzekerheid, onmacht en frustraties t.o.v. van zijn /
haar omgeving.
- De
motorische ontwikkeling.
Kinderen met verminderd gehoor worden door de onvolledige
geluidsinformatie minder gestimuleerd om de wereld om
hen heen te ontdekken. Vaak mogen ze van hun ouders niet
buitenspelen, omdat ze het verkeer niet horen aankomen.
Ze hebben een minder goed ontwikkelde ruimtelijke oriëntatie
en lichaamsbeeld, wat dan weer problemen veroorzaakt in
de motoriek en de lichaamsbeheersing.
Werking
van het gehoororgaan
Door
geluid (luchttrillingen) gaan de trommelvliezen die vooraan
in de oorholte zitten meetrillen. Achter het trommelvlies
zitten in het middenoor gehoorbeentjes die van een kleine
trilling een wat grotere trilling maken. Een volgend botje,
de stijgbeugel, zit vast aan een venster van het binnenoor
c.q. slakkenhuis. Het slakkenhuis is gevuld met een dikke
vloeistof en daarin zitten haartjes.
De trilling gaat nu door de vloeistof en de haartjes die
in de vloeistof steken gaan mee naar links en naar rechts.
Dat kan het binnenoor meten en via de zenuwen doorgeven
aan de hersenen en daar beseft men wat men hoort.
In deze
lange weg van het geluid, vanaf de trilling in de lucht
naar de hersenen, kunnen allerlei storingen optreden. Dat
kan verminderd gehoor c.q. slechthorendheid, hardhorendheid
of eventueel doofheid veroorzaken.
Vormen
van slechthorendheid
Naar grootte van gehoorvlies:
-
Licht slechthorend: 20 - 50 db gehoorverlies
-
Matig slechthorend: 50 - 70 db gehoorverlies
-
Zwaar slechthorend: 70 - 90 db gehoorverlies
-
Doof: > 90 db gehoorverlies
In geval
van lichte gehoorverliezen kunnen kinderen het normale zwemonderwijs
volgen. Een bepaalde mate van sociale weerbaarheid en zelfredzaamheid
zal zeker in het voordeel van deze leerling zijn.
Naar
locatie van de stoornis:
-
Geleidingsslechthorendheid.
Dit minder goed horen komt door slechte luchtgeleiding
in de gehoorgang of middenoor als gevolg van
Oorsmeerprop in de gehoorgang.
Vocht in het middenoor door oorontsteking, vaak ten gevolge
van verkoudheid.
Niet goed functioneren van de buis van Eustachius vanwege
vergrootte amandelen. Herhaalde en / of verwaarloosde
middenoorontstekingen.
Beschadigde gehoorbeentjes (*) in middenoor.
-
Waarnemings- of perceptieslechthorendheid.
Dit minder goed horen komt omdat het geluid niet goed
doorkomt en tevens vervormd wordt als gevolg van:
- Een
stoornis in het slakkenhuis.
Een stoornis in de zenuwbanen naar de hersenen.
Een stoornis in de hersenen zelf.
- Oorzaken:
aangeboren of verworven door bijvoorbeeld de ziekte rode
hond, infectieziekten, hersenletsel of als gevolg van
complicaties bij de bevalling.
-
Gemengde slechthorendheid.
Bij deze gehoorstoornis is de luchtgeleiding meer gestoord
dan de beengeleiding.
Tips
voor zwemlesgevers
-
Zorg dat de kinderen altijd jouw mondbeeld goed kunnen
zien ten behoeve van het liplezen c.q spraakafzien. Zo
kunnen ze bij wijze van spreken zo de woorden van je lippen
lezen.
Laat dus geen snor de mond bedekken.
- Houdt
uitleg en instructie kort. En gebruik heel simpele taal
om het communicatieprobleem te beperken.
- Bij
uitleg (horen) zorgen dat de kinderen de lesgever aankijken
(liplezen).
- Brildragers,
in het water vak zonder bril, verstaan de lesgever minder
omdat het liplezen (deels) vervalt.
- Laat
met het hoofd boven water oefenen. Een lesgever is in
een zwemzaal toch al moeilijk te verstaan, omdat de gehoorgang
gedeeltelijk is gevuld met water.
- Spreek
als lesgever niet te snel en articuleer goed.
- Zet
slechte hoorders vooraan bij verbale uitleg.
- Ondersteun
je gesproken taal met tekens c.q. natuurlijke gebaren
(gebarentaal).
- Maak
gebruik van visuele ondersteuning bij opdrachten. Geef
zelf of door anderen praktische voorbeelden. Zet de leerling
achter een goede leerling die dan als voorbeeld dient.
Of maak gebruik van visuele hulpmiddelen zoals video,
foto's, tekeningen e.d.. Immers veel leerlingen gaan hun
gehoorverlies visueel compenseren.
- Waar
nodig de leerlingen tactiel begeleiden bij het aanleren
van nieuwe (deel-) bewegingen, om de onvolledige geluidsinformatie
te compenseren.
- Geef
complimentjes als opdrachten goed begrepen en / of uitgevoerd
zijn. Alleen al met mimiek kun je kinderen ongelooflijk
goed benaderen en belonen.
- Zelfs
de kleinste stapjes moeten al beloond worden. Dit is voor
leerlingen met deze handicap een extra motiverende factor
om door te gaan met zwemlessen.
- Omdat
het leren van zwemvaardigheden in veel gevallen langer
duurt, zullen de opdrachten veel herhaald moeten worden
opdat de leerlingen met gehoorstoornissen toch een succesbeleving
ervaren. Heb dus veel geduld.
- Omdat
de mogelijkheid tot corrigeren / bijsturen van de zwemtechniek
door de handicap(s) beperkt zijn, zul je als lesgever
inventief te werk moeten gaan om het leerproces te kunnen
blijven beïnvloeden.
- Geef
aan niet al te grote groepen les opdat je tijd en ruimte
hebt voor de kinderen met verminderd gehoor.
- Breng
duidelijk veel vaste structuur aan in je lessenreeksen.
Laat bijvoorbeeld zoveel mogelijk dezelfde organisatiestructuren
terugkeren zodat er geen verbale uitleg aan besteed hoeft
te worden.
- Er
is uiterlijk geen gebrek te zien aan slechthorende kinderen.
Daarom worden ze vaak geconfronteerd met onbegrip van
medeleerlingen in de groep. Daarom verdient het aanbeveling
dat ouders van kinderen met verminderd gehoor voor de
aanvang van de lessen aan de (wisselende) lesgever duidelijk
maken dat het kind deze handicap heeft.
- Bij
onderdompeling van oren en ogen kunnen bij kinderen met
gehoorproblemen soms evenwichts- en coördinatieproblemen
ontstaan.
- Met
het evenwicht, de balans, hebben kinderen met gehoorstoornissen
gemiddeld meer problemen door eventuele schade aan het
evenwichtsorgaan dat zeer dicht tegen het oor aanligt.
- Met
een gehoortoestel zwemmen is uitgesloten omdat deze apparaatjes
nooit waterdicht zijn.
- Voor
lesgevers lijkt een slechthorend kind vaak rusteloos,
terwijl het kind in feite alleen maar kijkt naar alles
wat beweegt om de ("onveilige") ruimte rondom
te leren kennen.
- Bij
het aanleren van zwembewegingen kan er bij slechthorende
kinderen geen geluidsterugkoppeling plaatsvinden. Ze weten
bijvoorbeeld niet op die manier dat ze met hun voeten
spatten bij borstcrawl beenslag zwemmen.
- Doe de Nationale Hoortest om uw eigen gehoor te testen!
Voor
meer informatie
- Dr.
L.B.W. Jongkees e.a., "Codix Medicus", Elsevier
Amsterdam, 8e dr. 1985. ISBN 90-10-05671-6.
- Nederlandse
Vereniging Voor Slechthorenden
www.nvvs.nl
- www.hoorstichting.nl
|