 |
Waarom
zijn er geen Olympische- of Wereldrecords bij het zwemmen
in handen van mensen van afrikaanse komaf?
Spelen genetische verschillen een rol? Daarover is maar bitter
weinig bekend, maar onmiskenbaar zijn er verschillen tussen
mensengroepen.
Zo zijn zwarte mensen ten opzichte van witte mensen in het
nadeel omdat ze van nature minder drijfvermogen hebben. |
| |
Het
menselijk lichaam is samengesteld uit beenderen, vet, spieren,
lucht en vloeistoffen, die samen het al of niet drijven bepalen.
Vet en lucht drijven, maar spieren, hersenen en beenderen
zinken. Verder weten we dat ons lichaam voor ongeveer 3/4
uit water bestaat. De verdeling en de hoeveelheid van genoemde
stoffen bepalen echter het drijfvermogen.
Onder drijven wordt verstaan het aan het wateroppervlak blijven
zonder dat men zich beweegt. |
|
_______________________________________________________
Maar de belangrijkste factor voor het al of niet drijven is
de hoeveelheid lucht die ingeademd wordt
_______________________________________________________
|
|
Immers
1 kubieke decimeter oftewel één liter lucht
weegt ongeveer 1000 keer minder dan 1 liter water. Vandaar
dat het zelfs mogelijk is gezonken schepen met luchtkussens
aan het wateroppervlak te brengen. Zo werken gevulde longen
ook als een luchtkussen.
Na inademen is het lichaam lichter dan water en drijft,
omdat het soortelijk gewicht kleiner wordt en het volume
van de borstkas, dus de opwaartse kracht, vergroot wordt.
Kortom: de ademhaling bepaalt dus of iemand drijft of zinkt.
|
|
Nu
blijkt dat de vitale capaciteit (= het volume lucht dat na
maximale inademing vervolgens maximaal uitgeademd kan worden)
ten opzichte van de lichaamslengte bij zwarte mensen kleiner
is dan bij witte mensen.
Hierdoor kunnen zwarte mensen in ingeademde toestand moeilijk
aan het wateroppervlak blijven. Er zijn zelfs personen die
met drijfmiddelen om nog moeite hebben om boven te blijven. |
|
Opmerking: |
|
- Vroeger is wel eens geprobeerd het drijfvermogen te
verbeteren via de "ballon-methode", (vergelijk
zwemblaas bij vinvissen) door vrij kort voor de start
1,5 à 1,8 liter extra lucht in de dikke darm te
pompen. Dit valt onder doping, omdat men prestatieverbetering
met onnatuurlijk of oneigenlijke middelen bereikt.
|
|
_______________________________________________________
Een tweede factor voor het al of niet makkelijk drijven
is vet.
_______________________________________________________
|
|
Immers
één kubieke decimeter oftewel één
liter vet weegt minder dan 1 liter water, zodat vet op water
drijft.
Vandaar dat over het algemeen vrouwen een beter drijfvermogen
hebben dan mannen omdat hun vetpercentage hoger is. (Nl. ±
25% tegen ± 15% van het totale gewicht.) Bovendien
is het onderhuids vetweefsel bij vrouwen beter verdeeld over
het lichaam dan bij mannen. |
|
Nu
blijkt dat zwarte mensen ten opzichte van witte mensen een
beperkter vetgehalte (hebben ze niet nodig in de tropen) en
een andere spier- en vetverdeling bezitten, waardoor het drijfvermogen
negatief beïnvloed wordt. |
|
Opmerking: |
|
- Hierdoor zijn zwarte personen dan ook een factor 2 tot
3 keer gevoeliger voor afkoeling.
- Gezette of weldoorvoede personen drijven goed. Maar
erg dikke personen hebben niet zo een groot extra voordeel
wat betreft het drijfvermogen, daar bij hen de longen
meestal minder ontwikkeld zijn.
De longcapaciteit is bij het drijven beslissend, vooral
als men bedenkt dat één liter lucht (s.g.
= 0,001295) in de longen evenveel drijfvermogen geeft
als ongeveer negen kilo vet (s.g.= 0,942)
|
|
Uit
het bovenstaande zouden we kunnen concluderen dat: |
| |
- Een mens zonder lucht en vet niet zou kunnen blijven
drijven.
- Het vermogen om van nature te kunnen drijven in het
voordeel is van witte zwemmers
Een gunstig drijfvermogen heeft namelijk het voordeel
dat:
- Men minder of geen energie hoeft te besteden om
aan de oppervlakte te blijven.De weerstand kleiner is. De ademhaling makkelijker is.
- De beweging van de ledematen soepeler kan verlopen.
|
| |
Een
slechte drijver moet dus een dubbele inspanning leveren. Namelijk
deze moet voor voortstuwing en voor een hoge ligging zorgen,
vandaar geen zwarte goede topzwemmers. |
|
|
 |
Terecht
zult u denken hoe het kan dat: |
|
- A.vele Ethiopische atleten de lange loopafstanden winnen
op de Olympische Spelen en de Wereldkampioenschappen Atletiek.
- B. Zwarte Amerikaanse atleten wel 200 keer de 100 m.
hebben gelopen onder de 10 sec., maar dat dit een witte
atleet bijna nog nooit is gelukt?
|
|
- Ad.
A. Ethiopiërs behoren niet tot het negroïde
(zwarte) ras. Deze Oost-Afrikaners lopen al eeuwenlang
in de hoogvlaktes. (= constante hoogtetraining.) Hierdoor
ontstaan fysieke aanpassingen, o.a. bezitten ze hierdoor
meer rode bloedcellen (erytocyten) dan blanken. De belangrijkste
taak van deze rode bloedcellen is transport van zuurstof
en het afbraakproduct koolzuurgas. Een essentieel aspekt
bij duurprestaties.
Het bezit van meer rode bloedcellen wordt zelfs erfelijk
doorgegeven. Vandaar dat men dus wel eens zegt dat lopen
bij Ethiopiërs meer een erfelijke dan een aangeleerde
bezigheid is.
|
|
- Ad.B.
Mensen van West-Afrikaanse afkomst, dus ook zwarte Amerikanen,
gemiddeld meer snelle spiervezels (die zich bijzonder
goed lenen voor de sprintnummers) dan witte atleten. Bovendien
ademt men niet tijdens de 100 m. sprint.
En verder hebben ze een gunstiger bouw van het enkelgewricht.
(Groter hielbeen.)
|
|
Deze
aspekten spelen o.a. een rol waarom zwarte Amerikanen géén
afstandlopers en Oost-Afrikanen géén sprinters
voortbrengen. |
|
|