 |
Hoe
zwemsnelheid tot stand komt
De zwemsnelheid
(V) wordt bepaald door het product van het aantal slagen
per minuut (SF = slagfrequentie) en de afstand in meters
die per cyclus (slag) gezwommen wordt (SL = slaglengte).
Kortom:
V =
SL x SF
oftewel: Zwemsnelheid = Slaglengte x Slagfrequentie
Door
de SF en / of de SL te veranderen kan de zwemsnelheid worden
verhoogd. Maar de beste tijdsverbetering wordt verkregen
door verhoging van de SL en een gelijk blijven van de SF.
Echte toppers kunnen de SF verhogen terwijl de SL zo groot
mogelijk blijft.
Het probleem is dat de SL en de SF op de mogelijkheden van
een zwemmer afgestemd dienen te worden om een zo hoog mogelijke
topsnelheid te verkrijgen. En dat is geen gemakkelijke opgave
voor een trainer.
Immers
voor iedere zwemmer geldt dat een snelheid van 1,65 m/sec
bereikt kan worden met SF = 55 en SL = 1,8 mtr..
Maar ook met SF = 46 en SL = 2,15 mtr..
Deze laatste combinatie van SF en SL is in principe efficiënter.
Een zwemmer zou er in de training naar moeten streven om
de combinatie van SF / SL die voor hem het meest effectief
is vol te houden.
Om hierin
inzicht te krijgen zal een trainer metingen c.q. testjes
moeten kunnen uitvoeren.
Factoren
die SF en SL beïnvloeden
Maar
vooraf moet hij weten dat SF en SL, vooral de SL afhankelijk
zijn van de volgende factoren:
- Lichaamsbouw:
O.a. de armlengte en de dwarsdoorsnede van de hand.
Zo zwemmen kleine / lichte zwemmers met een hogere SF
dan grote / zware zwemmers.
- Techniekniveau:
Een goede techniek resulteert in een grotere SL. Een slechte
techniek gaat gepaard met een hogere SF>
- Conditionele
eigenschappen:
Een goede conditie is nodig om de SL goed te kunnen vasthouden.
Hiervoor is anaërobe training nodig om de PH-daling
in de spieren zo lang mogelijk uit te stellen en de melkzuur
(- lactaat) tolerantie te verhogen.
Immers door verzuring in de spieren kunnen deze minder
gecoördineerd werken, waardoor de SL afneemt.
De laatste
twee genoemde factoren zijn tijdens de trainingen te verbeteren.
In het verloop van een trainingsjaar dienen daarom verbeteringen
op te treden in:
- De
toename van de SL bij een gegeven SF.
- Het
volhouden van de SL op wedstrijdsnelheid. (Bij toppers
daalt de SL gedurende een wedstrijd minder dan bij subtoppers.)
- Het
verhogen van de SF bij en zo gering mogelijke afname van
de SL. Dus alleen als tijdens de trainingen de SL goed
kan worden volgehouden.
Pas
op! Een te hoge SF voert vaak tot bijvoorbeeld:
- SL
verlies door techniek verlies, omdat men bijvoorbeeld
de stuwactie onder water verkort, of
- omdat
men maar al te vaak de eerste of laatste baan met een
te hoge SF zwemt, of
- omdat
door de steeds korter wordende ontspanningsfase van de
armspieren een ongunstiger doorbloeding ontstaat.
Kortom
de zwemsnelheid neemt eerder af dan toe.
Om als
trainer informatie te krijgen over de SF en / of SL,
zodat er tijdens trainingen gerichter gewerkt kan worden,
als gevolg waarvan het zou kunnen zijn dat er betere zwemtijden
tot stand komen, is het nodig dat de SF en SL op een eenvoudige
manier kunnen gemeten kunnen worden.
Hoe
de SF te meten is
a.
Door gebruik te maken van het SF-uurwerk van Heuer Rowing.
Deze meet voor de nauwkeurigheid vier armcycli.
b.
Door gebruik te maken van een gewone stopwatch.
Tel 0 -1 - 2 - 3 - 4. Met 0 begin je bij de insteek van
de rechter (li) arm, terwijl je gelijktijdig de stopwatch
indrukt. Bij 4, dus bij de 5e insteek van dezelfde rechter
(li) arm, stop je de stopwatch weer.
SL
= Insteek tot insteek van dezelfde arm


Zo wordt
de tijd verkregen van vier volledige armcycli (t4) en is
de tijd van één armcyclus (t1) uit te rekenen,
plus het aantal armcycli per minuut (SF).
Voorbeeld:
Zwemt iemand vier armcycli in 12 seconden (t4 = 12 sec.)
dan is
Het
aantal SF / minuut is dan
Door
in het trainingsseizoen het aantal SF / min. Meerdere keren
te meten, kan de trainer met dit gegeven vooruitgang of
terugval constateren. Of de effectieve zwemtechniek beoordelen
en zonodig verbeteren.
Hoe
de SL te meten is
a.
Door het aantal SF per 25 of 50 meter baan te tellen en
de volgende "formule" toe te passen:
|
SL
|
=
|
Baanlengte
|
|
|
|
aantal
SF per baanlengte
|
Voorbeeld:
Maakt iemand op een 50 m. baan 25 armcycli, dan is de slaglengte:
b.
Door met een stopwatch de eind- (tusen) tijd en de SF te
meten en de volgende "formule" toe te passen
Voorbeeld:
Zwemt iemand de 100 m. borstcrawl in 1.002 min. Met een
SF van 50 per minuut, dan is de slaglengte:
|
SL
|
=
|
Zwemafstand
(S) x 60
|
=
|
|
|
|
|
Slagfrequentie
(SF) x tijd
|
|
|
|
SL
|
=
|
100
x 60
|
=
|
1.99
m..
|
|
|
|
50
x 1.002
|
|
|
Kortom:
Het meten, beoordelen en vergelijken van SL en SF bij wedstrijden
en trainingen zijn basiselementen voor SL / SF trainingen.
Enkele
Tips
(Tips
zijn altijd bedoeld als aanleiding voor probeersels. Gebruik
de onderstaande om toe te passen op jouw specifieke situatie
voor jouw specifieke pupil)
- Daar
een grote SL (= per slag meer meters vooruit komen) voordelig
is, dient er in de training veel aandacht besteed te worden
aan techniekverbeteringen.
- Zorg
ervoor dat de individueel juiste techniek, ook bij hoge
snelheden, vastgehouden wordt.
- Pas
als een zwemmer al met en grote SL zwemt en deze ook goed
kan vasthouden, kan in de training het accent komen te
liggen op het zwemmen met een hogere SF (= opvoeren armtempo),
waarbij de SL zo groot mogelijk blijft.
- Vergelijk
wedstrijd- en trainingsgegevens over SL en SF. En experimenteer
met verschillende SF om een zo optimaal mogelijk persoonlijk
ritme te krijgen bij een pupil.
- In
de laatste 15 meter (finish) of kort voor een keerpunt
is er vaak een afname van de zwemsnelheid te constateren.
Ga eens na of dit veroorzaakt wordt door een afname in
de SF of de SL.
- Anaërobe
training is noodzakelijk om verzuring in de spieren zo
lang mogelijk uit te stellen en de melkzuur (=lactaat)
tolerantie te verhogen, zodat de SL het minst wordt beïnvloed.
Voor
meer informatie
- Craig,
A.B. en anderen, "Use of stroke rate, distance per
stroke and velocity relationship during training for competitive
swimming", in "Swimming 3", University
Park Press, Baltimore 1979.
- Craig,
A.B. en anderen, "Velocity, stroke rate and distance
per stroke during elite swimming competition", in
"Medicine and Science in sports and exercise",
nr 17, 1985.
- Letzlter,
H. en anderen, "Stroke length and stroke frequency,
variations in men's and women's freestyle swimming",
in Biomechanics and medicine in swimming, volume 14, Human
Kinetics, Illinois, 1983.
- Postma,
T., "Training, een onderzoek naar de SF en de SL",
Doctoraalscriptie, Groningen, 1990.
- Reische,
K., "Biomechanik des Schwimmens", Fahnemann
Sportverlag - Bockenem (D), 1988, ISBN 3-88565-010-X.
|