 |
Inderdaad
kunnen er problemen ontstaan bij het zwemmen in extreme
hitte, zoals bijvoorbeeld gezondheidsklachten ten gevolge
van blauwalgen en warmtestuwing
Blauwalgen
Op basis
van eerdere hittegolven krijgen steeds meer open wateren
te maken met hoge concentraties ziekmakende blauwalgen en
wordt het zwemmen ontraden.
Blauwalgen komen overal ter wereld voor. Ze worden gerekend
tot de cyano-bacteriën, die al 3,5 miljard jaar oud
zijn. Ze gedijen uitstekend bij watertemperaturen tussen
de 20 en 30 graden Celsius. Ze komen vooral tot explosieve
aantallen in stilstaand warm water, waar ze als een laag
op drijven. Zo'n laag kan zich ophopen aan de oevers van
meren, vennen, plassen, sloten, op stranden en in jachthavens.
Blauwalgen kunnen gezondheidsklachten veroorzaken zoals:
Huiduitslag, geïrriteerde ogen, hoofdpijn, buikpijn,
maagkramp, misselijkheid, braken en diarree.
Kinderen zijn gevoeliger voor blauwalgen omdat ze eerder
water inslikken.
Warmtestuwing
Je zwaar
lichamelijk inspannen bij zwemtrainingen of baantjes zwemmen
in extreme hitte zoals in de hete zomer van 2003 en bij
relatief hoge watertemperatuur kan allerlei problemen geven.
Tijdens lichamelijke inspanning wordt 75-80 procent van
de benodigde energie omgezet in warmte. Ten gunste van de
huiddoorbloeding zal de spierdoorbloeding gereduceerd worden.
Zwemtraining bij watertemperatuur boven de 24-25 graden
Celsius heeft geen zin meer, anders kan de zwemmer zijn
overtollige warmte niet meer kwijt raken. De afgifte aan
het water raakt gestoord.
Dit is een nare toestand, er ontstaat het gevaar voor warmtestuwing
oftewel een algemeen gevoel van onbehagen door de ontstane
hoge lichaams(kern)temperatuur. Met als gevolg dat de zwemprestaties
en de eindtijden altijd zullen tegenvallen. Dit geldt het
sterkste voor de minst getrainden.
Enkele
tips om toch te blijven zwemmen bij warm weer zijn van een
hoog gezond-verstand gehalte, zoals:
- Niet
te lang baantjes trekken of trainen, niet te intensief.
Zorg voor een niet te hoog zwemtempo. In de tropen werkt
ook iedereen rustig.
- Drink
na het zwemmen extra water om het vochtverlies aan te
vullen. Ook in zwemwater zweet men. De dorstprikkel ligt
bij 2% gewichtverlies. Boven de 3% is sprake van uitdroging.
Bij topsporters zie je bij 3 à 4% echt fors prestatieverlies.
Weeg jezelf maar eens voor en na zwemtraining of baantjestrekken.
Bij veel vochtverlies gaat het hart sneller pompen, maar
op een gegeven moment helpt dat niet meer en gaat de bloeddruk
omlaag met als gevolg dat men duizelig wordt en men gewoon
moet stoppen met de training.
Voor topzwemmers met een superconditie is het nog gevaarlijker
daar hun hart niet meer de beperkende factor is. Ze kunnen
zo diep gaan dat het lichaam stuk gaat.
- Luister
altijd naar je lichaam.
Voor
meer informatie
- TNO
Human Factors, Soesterberg.
Thermofysioloog Peter Reffeltrath onderzoekt daar de invloed
van warmte op het prestatievermogen.
- E.L.
Fox e.a., "Fysiologie voor Lichamelijke Opvoeding,
Sport en Revalidatie".
Uitgever Elsevier / De Tijdstroom, 5e dr. 1999.
ISBN: 90-35221265.
|