Contact
Diploma-eisen
Zwem-ABC
  
Logo NPZ Scholing & Training

Logo Nationaal Platform Zwembaden | NRZ

Logo Nationaal Platform Zwembaden | NRZ



HOE VORDERINGEN TE METEN EN TE TESTEN VAN AQUASLANK-PROGRAMMA'S
     

1. Vooraf:

De Nederlanders gaan steeds minder bewegen. Ze worden alsmaar luier en dikker, dus minder fit. Daardoor zijn ze vaker ziek en minder productief, aldus het "Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2000-2001" van TNO (september 2002)
Bijna de helft van de mannen en ruim een derde van de vrouwen is te zwaar.

Van vetzucht is sprake bij 7% van de mannen en 9% van de vrouwen, zo blijkt uit een onderzoek van de Hartstichting ('95)
De belangrijkste reden is dat men in het dagelijks leven minder is gaan bewegen, maar het voedingspatroon niet heeft aangepast.
Hoewel er helaas geen specifieke hoopgevende aquasport of zwemsport programma's zijn die het gewichtsprobleem oplossen, kan het bewegen in water alleen bijdragen aan eventuele gewichtsvermindering c.q. figuurcorrectie in combinatie met anders eten.
Baden bieden "afvalprogramma's" vaak in combinatie met een voedingsdeskundige aan, onder verschillende namen:

  • aquaslank-cursus
  • mambo-beach slank
  • rubenszwemmen
  • dikkepret fitness
  • dik voor elkaar aquasport
  • pondje minder programma
  • maatje minder fitness
  • volslank zwemprogramma
  • voluptueuze wateractiviteiten
  • big-size aquasport
  •   XXL of IXELLE aquarobics
  • Large and lovely zwemavondprogramma's
  • Reduce zwemmen
  • Of gewoonweg: Aqua-slank cursus

Ze hebben allemaal als doel: een leuk-ontspannen-fitmakend waterprogramma dat meehelpt gewicht te verliezen. (en eventueel buikspieren te verstevigen).
En iedere deelnemer wil zijn vorderingen graag meten vandaar deze testen.

Het is mogelijk de vorderingen van een aquasportief- of een zwemprogramma door meten en testen zelf bij te houden. Meten geeft antwoord op de volgende vragen:

  • wanneer is sprake van overgewicht ?
  • uit hoeveel procent vet bestaat mijn lichaamsgewicht ?
  • hoe is de verdeling van het vet over het lichaam ?
  • zijn bijvoorbeeld de buikspieren sterker geworden ?

Opmerking: we moeten blijven meten om te weten of we van een aquaslank programma afvallen. Eenmaal meten is geen weten !!

2.1. Wat is normaalgewicht en wat niet?

Afvallen is alleen zinvol bij overgewicht. Van overgewicht is pas sprake als het lichaam zoveel vet heeft opgeslagen dat er risico's voor de gezondheid ontstaan.
Met behulp van lengte en gewicht kan aan de hand van de Quetelet-Index-methode in de nomogram (zie hierna) worden nagegaan of het gewicht normaal,of dat iemand te zwaar of te licht is.
Als u volgens deze index (veel) te zwaar bent, kan dit gevolgen hebben voor uw gezondheid.
U heeft een grotere kans op onder meer hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten en bepaalde vormen van kanker.

  1. Werkwijze Q.I berekening: (ook wel Body-Mass-Index genoemd)
  2. Zoek de lengte op de linker lijn.
  3. Zoek het lichaamsgewicht op de tweede lijn.
  4. Verbind beide punten met een lineaal en trek een streep tot de derde lijn.
  5. Lees op de derde lijn het cijfer van de Quetelet Index.



Nomogram: Dr. P. Deurenberg, Landbouwuniversiteit Wageningen.

Wat zegt zo'n gevonden getal?

vrouwen

mannen

 
Lager dan 18,6 Lager dan 20 Ondergewicht; te licht, te mager, het is gewenst aan te komen
18,7 - 23,8 20,1 - 25,0 Gezond gewicht; is normaal gewicht. Als het getal bij de bovengrens komt, is er niets op tegen af te vallen om er gewoon wat beter uit te zien.
23,9 - 28,5 25,1 - 30,0 Overgewicht, is een te hoog gewicht, het is aan te raden om te vermageren. Boven 27 altijd afvallen. Zorg in ieder geval niet verder aan te komen. Ga zwemmen (bewegen).
28,6 - 40,0 30,1 - 40,0 Vetzucht (ook wel obesitas of adipositas genoemd); er is sprake van gevaarlijk overgewicht. Er is een verhoogd risico op ziekten. Neem contact op met huisarts. Het gewicht moet verminderen. De gezondheid gaat er al fors op vooruit als ongeveer 10% lichaamsgewicht wordt kwijtgeraakt.

Hoger dan 40,0

Hoger dan 40,0

Extreme vetzucht; het is verstandig om contact met de huisarts op te nemen.

Conclusie: Bij het berekenen van het overgewicht is het niet te doen om het dikke uiterlijk, maar om het gezondheidsrisico.

2.2. Wat is het streefgewicht?

Ook het streefgewicht kan het beste met behulp van OI-methode worden bepaald.

  • Werkwijze:
    Ligt de OI bij vrouwen boven de waarde van 23,8 (bij mannen van 25,0) zoek dan in de nomogram welk gewicht bij een QI van 23,8 (25,0) hoort bij de lengte. Dit gewicht is het maximale streefgewicht.

2.3. Hoeveel overgewicht?

  • Werkwijze:
    Weegschaalgewicht - streefgewicht = overgewicht.

2.4. Welk percentage van het lichaamsgewicht is vetweefsel?

  • Werkwijze:
    Een schatting van het vetpercentage van het lichaamsgewicht is te maken door vanaf het gevonden QI getal een tweede lijn te trekken naar de leeftijd. Het vetpercentage is dan af te lezen op de tussenliggende lijn en wel links van de lijn voor de mannen en rechts voor vrouwen.

    Maar het lichaaam heeft een bepaalde hoeveelheid vet nodig om goed te kunnen functioneren. Vergelijk daarom het gevonden lichaamsvetpercentage met de waarden in onderstaande tabel:

% lichaamsgewicht
uiterlijk

mannen

vrouwen

Mager

Normaal

Te dik

Lager dan 10%

10 - 25% (+ 15%)

hoger dan 25%

Lager dan 20%

20 - 35% (+ 25%)

hoger dan 35%

Globaal kan men zeggen dat een normaal gezond lichaamsvetpercentage:

  • bij volwassen mannen 15% is, boven de 45 jaar 20 - 25%
  • bij volwassen vrouwen 25% is, boven de 45 jaar 30 - 35%

Goed nieuws: Vrouwen kunnen dus bijna een 2 keer zo hoog vetpercentage met zich meedragen, zonder de gezondheid te schaden, dan mannen.

Het lichaamsvetpercentageneemt toe met het klimmen der jaren. Is het vetpercentage hoger dan bevat het lichaam te veel vet. Immers, bij 25% is van elke 4 kilo lichaamsgewicht al ongeveer 1 kilo vet en dat is meer dan genoeg.

2.5. Waar bevindt het vet zich?

Natuurlijk is dat bij sommigen duidelijk te zien. Maar de voorkeursplaatsen voor vetophoping zijn verschillend.

a.
Zit het vet vooral rond de buik, vaak bij mannen, dan wordt dit een appelvormige vetverdeling of bierbuik genoemd. Bij buikvet is er een grote kans op gezondheidsproblemen, het vet blijkt ook vaak rondom de organen te zitten met als gevolg een verhoogd risico op het krijgen van bijvoorbeeld hart- en vaatziekten of een te hoog suiker- of cholosterol-gehalte in het bloed. Een voordeel is wel dat het plaatselijk laten verdwijnen van buikvet mogelijk is met doelgerichte buikspieroefeningen en door het uitvoeren van het Thuis-Oefen-Programma.

b.
Zit het vet rond heupen en dijen, vaak bij vrouwen, dan wordt dit een peervormige vetverdeling genoemd. Bij heup- en dijvet is er minder risico op bovengenoemde gezondheidsproblemen mits de QI onder de 28,5 (bij mannen: QI onder de 30) blijft. Hierboven hebben de "peren" ook een verhoogd risico op aandoeningen. Een nadeel is wel, dat er geen specifieke oefeningen zijn aan te geven om het vet rondom de heupen en dijen snel te laten verdwijnen, daar alle vetdepots over het hele lichaam worden aangesproken en nooit alleen plaatselijk, zoals bij de buik.

Werkwijze appel- of peervormtest:

Meet met een centimeter:

a.      De omtrek ter hoogte van de navel, de zgn.arde;
b.      de omtrek van het dikste gedeelte van de billen, de zgn. billenwaarde.
 

Deel (gemakkelijker met een calculator) de:

Navelwaarde = bepaalde uitkomst
billenwaarde

De grenswaarden zijn voor:

mannen

Uitkomst hoger dan 1 =


Appelvorm =
voornamelijk buikvet

vrouwen

Uitkomst hoger dan 0,85 =


Appelvorm =
voornamelijk buikvet

Een uitkomst lager dan 0,85 (= 1 bij mannen) betekent dat heupen en dijen meer voorzien zijn van vet, dus peervorm.

2.6 Hoe is vast te stellen of de buikspieren sterker zijn geworden?

Uitgangshouding:
Rugligging, knieen recht boven heupen door onderbenen op stoel te leggen. Handen tegen het hoofd met vingers achter de oren en ellebogen zijwaarts op schouderhoogte
Oefening:
Maak rustig een curl-down en probeer 20-30 seconden een lichaamshoek van ongeveer 20 graden vol te houden.
 
Let op:
Trek geen holle rug. Adem door!
Testresultaat:
Lukt dit niet dan zijn de buikspieren nog niet sterk genoeg.Test dit om de 2 weken.

Door van week tot week het gewicht en de QI bij te houden zijn de vorderingen overzichtelijker. Het gewicht en de QI zullen door het aquasportief- en thuisoefenprogramma elke week veranderen.

Gaat het afvallen minder snel dan verwacht was, geef dan de moed niet op. Niet bij iedereen is het verloop hetzelfde, bij de een gaat het sneller en bij anderen langzamer. Succes met de registratie en het geboekte resultaat.

2.7. Prive scorelijst

1.

Quetelet Index =

.........

 

2.

Streefgewicht =

........kg

 

3.

Weegschaalgewicht =

........kg

  

4.

Overgewicht =

........kg

 

5.

Hoeveel % vet draag ik mee ?

.......% =

.....kg van het

weegschaalgewicht

 

Hoeveel % vet mag het volgens

Het streefgewicht zijn

.......% =

.....kg van het

streefgewicht

 

Hoeveel kg vet moet eraf

.......kg =

.....pond

6.

Appel of peervorm ?

Navelwaarde =.....cm

Billenwaarde   .....cm =

.............= appel / peer

7.

Curl-down kan ik vasthouden

......tellen/sec.

 

2.8 Tot slot

In het begin van de cursus gaat het afvallen snel, door vochtverlies, na enige tijd kan het afvallen langzamer gaan en zelfs stoppen. De oorzaak hiervan is dat door het volgen van een dieet minder calorieen worden opgenomen dan verbruikt, waardoor na 4 à 5 dagen de vetdepots worden aangenomen.

Maar het lichaam past zich na enige tijd aan, aan de mindere calorieen-toevoer. De lichaamsmotor wordt zuiniger afgesteld en gaat steeds zuiniger omspringen met de calorieen. Het raakt gewend aan minder calorien en reorganiseert zijn interne energieprioriteiten, zodat het systeem efficienter en economischer wordt. Het raakt dus gewend aan anders eten en meer bewegen met als gevolg dat de gewichtsafname steeds langzamer gaat en zelfs kan stoppen. Er is geen resultaat van alle moeite meer te zien op de weegschaal. Pas op voor afhaken in deze periode !!

Om over dit dode punt heen te komen zijn extra duurtrainingsactiviteiten aan te raden, waardoor de gewichtsafname weer op gang komt door het extra caloriegebruik.

Het is mogelijk dat het gewicht hetzelfde blijft terwijl toch de hoeveelheid vet in het lichaam vermindert. Oorzaken zijn o.a.:

Het is mogelijk uiterlijk te vermageren terwijl het gewicht niet afneemt. Dit komt omdat het vet wel verdwijnt, maar de spiermassa door training toeneemt:

    • Spieren zijn 3 a 4 keer zwaarder dan vet
    • 1 kilo spierweefsel heeft 20 % minder volume dan 1 kg vetweefsel
    • Vetweefsel bestaat voor 2/3 uit vet en 1/3 uit vocht. Bij het afvallen is er in het begin meer vocht- dan vetverlies uit het vetweefsel. Na 2 a 3 weken herstelt het vocht zich in het vetweefsel met als gevolg minder of niet afvallen.
    • Het kan voorkomen dat rond de menstruatie of bij gebruik van hormoonpreparaten tijdens de overgang, het lichaam extra vocht vasthoudt terwijl er wel vet verbrand wordt.

    Door stress of nervositeit  kan het lichaam anders reageren en lukt het vaak nauwelijks enkele kilo's kwijt te raken.

Succes.

   
   
 
Hier kunt u de titels van de ZID-collectie vinden.

ZID's
Agenda Tips

Studiedagen / conferenties / beurzen e.d. die de nieuwste ontwikkelingen verhelderen of er richting aan geven

Oude foto's, oude afbeeldingen en / of oude teksten over "het bewegen in water".

Zwem-
slogans

Zegswijzen rond "het bewegen in water".

Zid's besprekingen van nieuwe aanwinsten
Alle nieuwe aanwinsten
van het ZID worden hier besproken!

Hoe het ZID te bereiken is
De juiste weg naar het ZID!
 

Het ZID is onderdeel van het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ en het is gevestigd in Driebergen.
Openingstijden: maandag t/m donderdag van 9.00 tot 17.00 uur, vrijdag van 9.00 tot 12.00 uur.
Wij stellen het op prijs waneer u bij bezoek tevoren een afspraak met ons maakt.
Postadres: Postbus 119, 3970  AC  Driebergen. Tel. 0343-518118. Fax 0343-531080. E-mail zid@npz-nrz.nl .
Internet-site: zid.npz-nrz.nl en / of www.zweminfo.org 

Het ZID is niet verantwoordelijk voor de inhoud van externe sites.